Kunstlokaal.jouwweb.nl
INTRODUKTIE » kunstgeschiedenis » de 20'eeuw » nieuwe uitingsvormen

nieuwe uitingsvormen

performance.jpg

In de 20e eeuw werden de  normen van: wat "kunst" is opgerekt. 

De beeldende kunst ging experimenteren aan met andere disciplines ( muziek/ performance/licht/techniek/computer)

In de hedendaagse kunst zet die trend door, wat leidt tot o.a:

  • Business-Art kunstzinnige dialoog met bedrijfsleven
  • Bodyart tatoeages, piercings, scars, implantaten
  • Collage multiple, kunstenaarsboek, installatie, land art,
  • Digitale kunst internetvormgeving, netart, animatie, virtuele werelden
  • Fluxus muziek, theater, dans, actie
  • Happening actie, muziek,
  • Mail art xerography, artistamps, audio art, kunstenaarsboeken, performances
  • Internetradio streaming media, soundscapes, audioperformances
  • Performance theater, dans, actie, happening
  • Projectie, lichtkunst, interieur- en exterieur belichting
  • Sound art, vermenging van geluid/muziek met beeldende kunst

Conceptuele kunst

 

Conceptuele kunst

Voor een conceptuele kunstenaar is zijn kunstwerk  bedoeld als een uitdaging van de geest.. Een conceptueel kunstwerk hoeft niet mooi te zijn.

Een conceptueel kunstwerk hoeft niet eens een object te zijn of tastbaar te zijn.

Sol Lewitt legde in 1967 uit dat hij begon met een idee, een concept, in plaats van met een vorm.

Taal speelt vaak een belangrijke rol in een conceptueel kunstwerk.

Joseph Kosuth liet met zijn kunstwerk One and three chairs (1965), drie ideeën van een stoel zien: Een foto van een stoel, een stoel zelf en een op papier groot gedrukte definitie uit een woordenboek van een stoel.

Bij conceptuele kunst kan het gaan om een streven kunst te bevrijden uit haar traditionele bindingen, zodat kunst en leven een eenheid zouden gaan vormen en de barrières tussen de verschillende disciplines opgedoekt worden

Joost Conijn (Amsterdam, 1971)

is een Nederlands beeldend kunstenaar en avonturier

Community arts
Community arts is een kunstvorm die ontstaat in de samenwerking tussen kunstenaar(s) en niet-kunstenaars van een bepaalde gemeenschap. Projecten ontstaan meestal op initiatief van kunstenaars, maar ook op verzoek van deelnemers of in opdracht van bijvoorbeeld gemeenten en woningcorporaties.

De gemeenschap kan geografisch, cultureel of sociaal van aard zijn. Bijvoorbeeld mensen uit dezelfde flat of wijk (geografisch); urban jongeren of mensen met een bepaalde culturele achtergrond (cultureel); ouderen, verslaafden of alleenstaande moeders (sociaal). Ook kan een gemeenschap bij elkaar gezocht worden rond een bepaald thema (circus, huiselijk geweld, etc.) of bestaan uit mensen met een gedeelde interesse (Feyenoord, dans, etc.).

Het gaat in alle gevallen om mensen die zelf geen kunstenaar zijn en meestal ver afstaan van de reguliere kunst- en cultuurwereld. Een groeiend aantal kunstenaars kiest bewust voor deze samenwerkingsvorm, vanuit sociaal-maatschappelijk engagement of vanuit een gevoel van artistieke noodzakelijkheid. Ook beleidsmakers, onderzoekers en opleidingen richten zich vaker op community arts.

Belangrijkste kenmerken
Community arts wordt gekenmerkt door een diversiteit aan werkvormen en kunstdisciplines. De opzet, duur, methode, thematiek, de deelnemers en hun betrokkenheid, de samenwerkingspartners en betrokken organisaties, vertonen grote verschillen. Een belangrijk uitgangspunt is dat iedereen over creativiteit beschikt en dat het ontwikkelen van creativiteit een grote waarde heeft voor zowel individuen als de totale samenleving.

Een ander belangrijk kenmerk is het samengaan van artistieke en sociale aspecten bij projecten. Community arts heeft een sociale dimensie (denk aan versterking van het sociale weefsel in een buurt of wijk), maar is daarmee nog geen welzijnswerk. De artistieke keuzes in het project zijn leidend. Ook als die keuzes gedeeltelijk met een sociale motivatie worden onderbouwd.

Community arts heeft per definitie een crosssectoraal karakter en beweegt zich op de grensgebieden van reguliere sectoren zoals cultuur, welzijn en onderwijs.