Kunstlokaal.jouwweb.nl
INTRODUKTIE » Theater » dans

shutters shut

Ballet is een klassieke dansvorm, gebonden aan een aantal vastgelegde (academische) technieken. Als een bijzondere vorm geldt het jazz-ballet.

 

 

Ontstaan van het ballet

 

Het ballet ontstond in de 15e eeuw in Italië en het woord ballet is afgeleid van het Italiaanse woord ‘ballare’ dat dansen betekent. Veel balletten in de 15e eeuw werden uitgevoerd met taferelen uit de Romeinse en Griekse mythologie. Het ballet werd vanuit Italië naar Frankrijk gebracht en ontwikkelde zich daar in de 16e eeuw aan de Franse hoven. Ballet hoorde bij het amusement van het hof. De eerste balletvoorstellingen in theaters dateren van 1669 als onderdeel van de opera.

 

 

 
Dans (van het Franse danse) is een sport, kunstvorm of een sociaal gebeuren dat meestal op beweging duidt van het lichaam, vaak in combinatie met muziek. Het wordt gebruikt als een vorm van emotionele expressie, sociale interactie of in een spirituele of uitvoerende vorm.

Dans kan gezien worden als een manier van non-verbale communicatie tussen mensen maar wordt ook door dieren gebezigd (paringsdansen). Figuurschaatsen, gesynchroniseerd zwemmen, Rolstoeldansen en ritmische gymnastiek zijn disciplines in de danssport. Ook vechtsporten worden soms gezien als een vorm van dans. Beweging in niet-levende objecten kan ook gezien worden als dansen, bijvoorbeeld het bewegen van de bladeren aan een boom. Daarnaast wordt dans ook veel gebruikt bij andere podiumkunsten zoals musicals.

Definities van wat dans precies is, zijn afhankelijk van sociale, culturele, esthetische, artistieke en morele overwegingen in een samenleving. Soorten variëren van streekgebonden dansen zoals volksdansen en flamenco en internationale dansen zoals latin en tango tot klassiek ballet. Dans kan voor het eigen plezier, voor een groep of voor een publiek worden uitgevoerd. Het kan ook ceremonieel gebruikt worden of erotisch. Dansbewegingen kunnen op zichzelf staand betekenisloos zijn, zoals bij ballet of internationale dans, maar als er een ritme in wordt gemaakt kan er een verhaal mee worden verteld. Dans kan ideeën laten zien of verhalen vertellen.

Dans is door de jaren heen in veel verschillende stijlen uiteengelopen, van breakdance en krumping tot modern en Vaganova. Ongeacht de stijl is er één overeenkomst; het is niet alleen beweging en flexibiliteit, maar ook anatomie.

Klassiek ballet

 

Veel elementen van het moderne ballet zijn ontstaan in de 19e eeuw, in de tijd van de romantiek. Het einde van de 19e eeuw was een vruchtbare tijd van het ballet. Wetenschap en industrie ontwikkelden zich in die tijd snel, maar hoe meer de mensen in de wereld ontdekten, des te meer ze ook ontspanden in boeken, muziek, beeldende kunst en ballet.

Het unieke aan klassiek bal, ten opzichte van andere dansstijlen, is dat de techniek ervan is vastgelegd in speciale handboeken. Daardoor leert iedereen ter wereld die klassiek ballet beoefent dezelfde danspassen. De regels van het academische ballet werden aan het einde van de negentiende eeuw verder uitgewerkt door onder andere de Russische choreograaf Marius Petipa. Petipa wordt wel gezien als de vader van het klassiek ballet.

Kenmerkend voor klassiek ballet is het dansen op spitzen, balletschoenen met verharde neuzen, geïntroduceerd door Marie Taglioni (1833-1891). In het modern ballet wordt er ook vaak gedanst op ander schoeisel of op blote voeten.

Klassiek ballet wordt doorgaans gechoreografeerd op klassieke muziek, expliciet geschreven om op te dansen. Pjotr Iljitsj Tsjaikovski is met zijn balletmuziek voor De notenkraker, Het zwanenmeer en Doornroosje waarschijnlijk de bekendste onder de klassieke balletcomponisten.

Grote namen in de wereld van het hedendaagse klassiek ballet zijn Maurice Béjart, Hans van Manen en Rudi van Dantzig. Zij waren vanaf de jaren zestig in de twintigste eeuw toonaangevend in de vormgeving van het hedendaagse klassieke ballet.

Ballets Russes

Tussen 1909 en 1929 zorgde de van Ballets Russes van Serge Diaghilev voor een modernisering van het ballet, en maakte het geliefd bij een groot publiek. De choreograaf Michel Fokine bracht voor een lossere elegantere benadering, meer individualistische bewegingspatronen, en lanceerde wereldberoemde dansers als Anna Pavlova, Vaslav Nijinski en Tamara Karsavina. Nijinski en Leonide Massine zetten deze choreografische vernieuwing verder door richting een modernistisch-expressionistisch ballet, met veel aandacht ook voor decors en kostuums. Beroemde componisten schreven speciaal muziek voor de ‘Ballets Russes’, onder meer Igor Stravinski met Le Sacre du printemps, De Vuurvogel en Petroesjka

 

Modern ballet

In het moderne ballet komt het ook frequent voor dat er wordt gedanst op muziek die oorspronkelijk niet bedoeld was als balletmuziek. Zo schreef Fokine een ballet op de Scheherazade van Nikolaj Rimski-Korsakov, Hans van Manen op de Hammerklaviersonate van Beethoven en Maurice Béjart op de Carmina Burana van Carl Orff. Ballet kan ook onderdeel van een opera vormen, zoals in de priesterballetscènes in Aida van Verdi, de balletscènes in Gaite Parisienne en Les Contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach, Samson et Dalila van Camille Saint-Saëns, en Tannhäuser (Parijse versie) van Richard Wagner.

Tegenwoordig worden vooral weer neoklassieke balletten gemaakt. Bij het grote publiek zijn de uitzendingen op Nieuwjaarsdag vanuit Wenen met balletten op muziek van Johann Strauss een vast ontmoetingspunt met ballet.